Toren

De huidige toren is de derde toren bij de Nicolaïkerk in Appingedam.

De eerste toren, uit de eerste bouwfase van de kerk (ca. 1250) was gesitueerd tegen de westwand van de kerk. Na de afbraak in 1554 is op de fundamenten een portaal gebouwd. Op de eerste verdieping bevindt zich thans de balgenkamer van het orgel. De huidige trap door de westmuur naar het orgel was oorspronkelijk de trap naar de toren.

De tweede toren werd direct daarna vrijstaand, acht meter ten noorden van de kerk, gebouwd en had een (wellicht) meer bij een stad passende vormgeving. Een stadsgezicht van de schilder Claes Hendericx uit 1665 en een tekening in 1834 gemaakt door J.H. van Calker, vlak voor de afbraak van deze toren geven nog een goede indruk van dit imposante gebouw.

Een gevelsteen in de noordmuur van de huidige toren geeft de reden van afbraak van deze tweede toren en over de bouw van de derde toren:

IN EN OP DE PLAATS
VAN DEN BOUWVALLIGEN EN TOT
DEN GROND GESLOOPTEN NIKOLAÏKERKTOREN
IS DEZE, OP GROOTENDEELS NIEUWE GRONDZUILEN
GEBOUWD IN HET JAAR MDCCCXXXV DOOR DE ZORG DER
KERKVOOGDEN VAN DE HERVORMDE GEMEENTE te APPINGEDAM…….

De eenvoudige vormgeving zal samenhangen met de middelen die men op dat moment (1835) voor de gedwongen bouw beschikbaar had. Een vierkante onderbouw in baksteen, op de begane grond in noord-zuidrichting poortvormig opengelaten en voorzien van vier vensters en vier keer twee galmgaten, wordt bekroond door een achtzijdige houten lantaarn met een hoge, met leien gedekte, spits. De toren is, gemeten van de begane grond tot en met de vaan van de spitsbekroning, 42 meter hoog. Afgezien van de gewijzigde verstevigingsconstructie in de lantaarn, in verband met de veranderde klokkenopstelling van het carillon in 1979, en de in 2011 aangebrachte toegangshekwerken is het uiterlijk van de toren sinds 1835 ongewijzigd. Inwendig zijn vele aanpassingen gedaan als gevolg van veranderingen aan het uurwerk, de luidklokken en het carillon.