Luidklokken

Ongetwijfeld zal de eerste toren vanaf het begin van één of meer luidklokken zijn voorzien. Daarover is niet meer bekend dan dat Geert van Wou jr. uit Kampen in 1544 een nieuwe klok goot voor Appingedam, die ongetwijfeld in 1554 mee is verhuisd naar de nieuwe toren. Deze aan Sint Paulus gewijde klok is door inwoners van Groningen omstreeks 1580 weggehaald en in de Martinitoren gehangen en in 1664 verkocht naar Veendam. Daar kwam ze na de Tweede Wereldoorlog gescheurd terug van vordering, werd gelast maar in 1958 vergoten bij de realisering van het eerste carillon in de Veendammer toren.

In 1722 leverde Mamees Fremy uit Weener twee nieuwe klokken. Eén daarvan werd in 1763 hergoten door Johan Borchhard uit Enkhuizen, de andere werd bij de torenafbraak in 1835 verkocht. De Borchhard-klok overleefde de Tweede Wereldoorlog niet en werd in 1949 vervangen door een nieuwe klok, gegoten door Van Bergen uit Heiligerlee. Bij de uitbreiding van het carillon in 1991 werd een tweede luidklok aangebracht, in 1953 gegoten door Eijsbouts, Asten voor een kerk in Amsterdam-West. In 2000 werd de derde en grootste klok toegevoegd, mede ter markering van het nieuwe millennium, gegoten door Petit & Fritsen, Aarle-Rixtel. Deze luidklokken, in do-re-mi-samenstelling, worden handmatig geluid.

De grootste klok, met stadswapen